In het laatste artikel van Johan Schoonhoven wordt gesteld dat de hersteller de keus heeft tussen het aanhaken bij een merk of groep van merken, of de moderne auto’s aan je voorbij te laten gaan, want wordt gezegd: een universele hersteller kan niet blijven volhouden dat het alles kan repareren.

Eigenlijk is het op dit moment hetzelfde als 25 jaar geleden, de hersteller repareerde een auto en liet het airbag- of ABS-lampje resetten bij de dealer. Nu repareren we de auto en laten we de kalibratie van de voorruit of de koplampen ook bij de dealer doen. De tijd is niet veranderd. Als een dealer de airco van een auto opnieuw wil vullen met 1234yf en hij laat het ergens anders doen, zeggen we ook niet dat hij de auto niet kan repareren.
Dan zitten we nog met de reparatievoorschriften van de fabrikant. Volgens Schoonhoven zouden universele herstellers die niet aangesloten zijn bij een merk eens moeten denken aan Escribe van Thatcham, maar dat is toch volledig achterhaald? Als je het over risico’s hebt die je wilt uitsluiten als verzekeraar of als leasemaatschappij wil je toch geen instructies in het dossier die NIET van de fabrikant afkomen? Tegenwoordig kan elke universele hersteller zijn fabrieksgegevens heel gemakkelijk opvragen, en binnen 10 minuten liggen ze op de deurmat.

Verreweg de meeste merkerkende reparateurs zijn universelen waar een auditerende instantie heeft geconstateerd dat zij volgens de voorwaarden werken die het merkkanaal heeft opgezet, maar dat betekent niet dat een andere universele hersteller niet aan die voorwaarden kan voldoen.

Buiten dat veel universele herstellers de hele speciale modellen soms aan zich voorbij laten gaan, kan elke universele hersteller met categorie 2 (ik sluit niet gecertificeerde herstellers niet uit, maar op deze groep heb ik het meeste zicht) een schade aan een moderne auto herstellen met of zonder hulp van een dealer.

Dan heeft Schoonhoven het nog over sturing en dat is een hele interessante. Uiteraard zullen de dealer(holding)s de eigen auto’s van (vaste) klanten en hun eventueel eigen leasemaatschappij binnen houden, dat is altijd zo geweest, maar de wat grotere leasemaatschappijen willen een landelijke dekking. Dat is op dit moment nog lastig voor bijna alle merken, zelfs als je meerdere dealergroepen bij elkaar legt.

Voor verreweg de grootste groep, de particulier verzekerden wordt sturing op merk echt een heel lastig verhaal. Zelfs Achmea die het merkenverhaal weer opnieuw heeft aangewakkerd in 2015 krijgt op dit moment het merendeel niet via de dealer naar de schadehersteller en houdt daarom uiteraard de contracten met de universele herstellers aan de achterdeur open. Het aantal officiƫle dealers neemt sterk af dus een fijnmazig netwerk dat je als verzekeraar nodig hebt om je schades fatsoenlijk te kunnen sturen kun je daar wel vergeten. Als Achmea er al voor zou kiezen om de dealer er tussen uit te halen, dan zouden alle netwerkpartners ALLE merkerkenningen moeten hebben om de schades volgens merkerkenning te repareren, want het hypothetische idee dat schadeherstellers werk onderling gaan ruilen of vergeven kun je echt vergeten.
Het concept van Achmea zit naar mijn mening op de schietstoel, omdat je dit in Nederland gewoon niet geregeld krijgt en bepaalde argumenten van Achmea, zoals extra marge op onderdelen teniet worden gedaan, omdat er nu al merken zijn die het magazijn uit het dealerbedrijf hebben gehaald. Daarnaast blijft de trend dat bepaalde dealers hun schadebedrijf stoppen en gaan uitbesteden bij een universele hersteller.

Ook Schadegarant past een merkenalternatief toe op haar website. Postcode en merk auto ingeven en je krijgt de dichtstbijzijnde herstellers EN de dichtstbijzijnde dealer.
De rest van de verzekeraars is er nog niet uit en volgt de ontwikkelingen behoedzaam….

Ik zou tegen de herstellers willen zeggen: behaal de merkerkenningen die je kunt behalen, maar ik vraag mij af wat de houdbaarheid van het concept is….